Door: Rob van der Rijt


Over de scope en grenzen van uw CO2-voetafdruk

Meten is weten. Het is makkelijker ergens conclusies uit te trekken wanneer er inzicht is in waarover het precies gaat. Door te starten met het in kaart brengen van de CO2-voetafdruk van uw bedrijf wordt deze inzichtelijk en kunt u hem gestructureerd gaan verkleinen.

U monitort een voetafdruk door zo’n berekening periodiek uit te voeren. Dit maakt de resultaten van genomen besparingsmaatregelen zichtbaar. Daarnaast creëert het uitvoeren van en communiceren over een CO2-voetafdruk bewustwording bij medewerkers en klanten, wat het draagvlak voor besparingsmaatregelen vergroot.

Scope en grenzen van uw CO2-voetafdruk

Belangrijk bij het bepalen van de CO2-voetafdruk zijn de scope (of diepte) en de grenzen die een bedrijf zich stelt. Hiermee wordt inzichtelijk voor welke uitstoot van broeikasgassen een organisatie zelf verantwoordelijk is. Ook de emissiefactoren spelen een belangrijk rol, omdat die nodig zijn voor het bepalen van de CO2-uitstoot van bijvoorbeeld een liter benzine of een kilowattuur stroom.

Scope

Om de grenzen van de eigen voetafdruk te bepalen is het effectief om eerst de scope, of diepte, van de eigen verantwoordelijkheid te bepalen. Het Greenhouse Gas Protocol (wereldwijd het meest gebruikte protocol om uitstoot van broeikasgassen te berekenen) noemt een drietal scopes:

Scope 1: directe CO2-uitstoot, veroorzaakt door eigen bronnen binnen de onderneming. Het betreft dan de uitstoot door eigen gebouw-, vervoer- en productiegerelateerde activiteiten. Denk hierbij aan eigen dieselgeneratoren en verwarmingsinstallaties, eigen (vracht)auto’s of de toepassing van koelvloeistof in koelapparatuur en klimaatinstallaties.

Scope 2: deze omvat de indirecte uitstoot van CO2 door opwekking van zelf gekochte en verbruikte elektriciteit of warmte. De onderneming gebruikt deze energie intern, maar wekt deze niet intern op. Die opwekking vindt fysiek ergens anders plaats, bijvoorbeeld in een elektriciteitscentrale.

Scope 3: indirecte uitstoot van CO2, veroorzaakt door bedrijfsactiviteiten van een ander bedrijf. Het betreft dan uitstoot door bronnen die niet in het bezit zijn van de eigen onderneming en waar ze ook geen directe invloed op kan uitoefenen. Bijvoorbeeld de uitstoot veroorzaakt door de productie of winning van ingekochte grondstoffen of materialen en uitbestede werkzaamheden zoals goederenvervoer. Ook de indirecte uitstoot als gevolg van zakelijk verkeer met privévoertuigen en zakelijk vliegverkeer hoort bij scope 3.

3 scopes CO2-voetafdrukVolgens het Greenhouse Gas Protocol – en dit is in de praktijk ook grotendeels zichtbaar – neemt een onderneming in ieder geval verantwoordelijkheid voor uitstoot van CO2 veroorzaakt door Scope 1 en 2. U neemt dan het volledige energieverbruik van uw eigen bedrijf mee zoals dit ook op uw energierekening terug te vinden is. Het gaat daarbij zowel om gebouwgebonden energie (de hoeveelheid energie die u gebruikt voor bijvoorbeeld verwarming, koeling en verlichting van het gebouw) als om procesgebonden energie (de hoeveelheid die u gebruikt om producten te maken of diensten uit te voeren). Vaak laten ondernemingen hier ook de zakelijke vliegkilometers en zakelijke kilometers gereden in een privéauto uit scope 3 onder vallen. Dit omdat zij op deze manieren van vervoer direct invloed kunnen uitoefenen.

Grenzen van de CO2-voetafdruk van uw organisatie

We gaan ervan uit dat u als onderneming als geheel CO2-neutraal wilt ondernemen, maar u kan ook besluiten de grens te stellen bij alleen een evenement of slechts één productcategorie. In principe zijn dan nog steeds dezelfde scopes van toepassing. Voor de calculatie van de CO2-voetafdruk van slechts één productcategorie moet u dan bijvoorbeeld het volgende bepalen: welk gedeelte van het totale energieverbruik van een machine is toe te schrijven aan een bepaald product? Welk deel van de totale laadruimte van een vrachtwagen is nodig om dat ene product te distribueren?

Het is ook mogelijk een levenscyclusanalyse toe te passen op een product en daar de CO2-voetafdruk van te berekenen. Door de scopes 1, 2 en 3 mee te nemen is inzicht te krijgen in alle veroorzaakte emissies bij grondstofwinning, vervoerbewegingen, productie, assemblage en verkoop van één specifiek product.

Ten slotte is er de omstandigheid dat sommige bedrijven ook deelnemingen in of joint ventures hebben met andere ondernemingen. De regel is dan om het percentage van de deelneming of joint venture mee te nemen in de eigen CO2-voetafdruk. Is een onderneming bijvoorbeeld voor 40% eigenaar van een andere, dan rekent zij van die andere onderneming ook 40% van de veroorzaakte CO2 toe naar de eigen voetafdruk. Het komt overigens voor dat een bedrijf elders wel een economisch belang bezit, maar verder geen enkele controle heeft op de strategie of bedrijfsvoering. In zo’n geval neemt een bedrijf de CO2-voetafdruk van die deelneming niet mee.

Emissiefactoren

Belangrijkste hulpmiddel bij de calculatie van de CO2-voetafdruk van een onderneming, evenement of product zijn de verschillende emissiefactoren die behoren bij een bepaald energieverbruik. Zo zijn er emissiefactoren voor het bepalen van de CO2-uitstoot van een liter benzine of diesel of van het verbruik van stroom of gas. Elke brandstof heeft bij verbranding zijn eigen CO2-emissiefactor.

In onze calculator geven wij een aantal veroorzakers van CO2 met de bijbehorende emissiefactor. De calculator kunt u jaarlijks gebruiken voor het bepalen van de eigen CO2-voetafdruk. Dat leidt tot bewustwording van en inzicht in het verbruik. Zo ziet u waar in de onderneming de meeste energie wordt verbruikt. Vervolgens kunt u per periode onderzoeken of genomen besparingsmaatregelen ook effect hebben gehad: bij minder energieverbruik is er minder uitstoot van CO2 geweest.

Wilt u specialistische hulp voor het bepalen van de CO2-voetafdruk van uw bedrijf, product of evenement? Vraag dan de hulp van een van onze expert-partners.

Foto: R. Marijn/Shutterstock.com

Schrijf u hier in voor onze nieuwsbrief

x